maandag 10 mei 2010

Vooroordeel

Vandaag zie ik, in een Amsterdamse parkeergarage, een zwarte Porsche Carrera staan.
Met een kinderzitje erin. Ik blijf even staan. Hoe zit dat? denk ik. En dan bedoel ik niet: ‘hoe zit zo’n zitje?’, maar: ‘hoe zit het dat zo’n zitje in zo’n Porsche zit?’. Ik vind een kinderzitje totaal niet passen bij een Porsche. Ik associeer een Porsche namelijk met kijk-mij-eens succesvol zijn, Duitse autobanen, (nieuw) geld, 180 km per uur waar het niet mag, en ga zo maar door. Niet met kinderzitjes. Wat is er gebeurd met de bezitter van deze Porsche, dat hij (het is een hij, heb ik zojuist besloten) er een kinderzitje in heeft laten proppen? O, maar ik weet het al. Deze Porsche is natuurlijk van een Snelle Geslaagde Jongen. Mark heet ie. Of Edwin. Een vroege dertiger die heel snel veel geld heeft verdiend. Iets met vastgoed, toen het nog goed ging, en op het hoogtepunt het bedrijf verkocht. Zoiets. Op het eerste oog is Mark of Edwin ‘one of the guys’. Half lang haar, iets te korte dure broeken van Oger, elke vrijdag middag borrelen in een place to be, hard lachen en hard praten en dubbel parkeren of je auto gewoon op de stoep zetten.
Maar er is wel iets met Mark-of-Edwin. Vroeger, op school, was Mark (of Edwin) altijd een beetje het sulletje van de klas. Wel slim. Maar niet heel knap. En ook niet goed in sport. Best wel gepest ook. Pas toen hij succes kreeg met zijn bedrijf, slaagde Mark/Edwin erin de last van het sulletje-zijn van zich af te werpen. Ik zal ze eens een poepie laten ruiken, moet hij gedacht hebben, vlak voor de reünie. En hij schafte zich een zwarte Porsche Carrera aan. Kon het schelen. Geld zat. Op die reünie (waar hij –victorie!- pal voor de hoofdingang van zijn oude middelbare school kon parkeren) was ook ene Annemarie. Vroeger het stuk van de klas. Nu nog vrijgezel. Net als Mark/Edwin. Destijds, op de Havo, zag zij hem niet staan. Nu ineens wel (pal voor de hoofdingang). Ze zijn niet zo heel lang na die reünie gaan samenwonen. Op initiatief van Annemarie. Mark-of-Edwin liet het gebeuren. Hij kon zijn geluk niet op. Annemarie! Met hem! Hij was nu officieel sulletje-af. Held! Dat was zijn nieuwe status. Maar goed, al snel bleek dat Annemarie van alles wilde. Een kind, bijvoorbeeld. Dat lukte. En toen wilde ze dat hij de Porsche weg deed. Dat is toch geen doen, zo’n zitje. Straks komt dat kind nog klem te zitten, fontanel tegen het dak. Maar toen ging Mark/Edwin, op zijn strepen staan. Eens een held, altijd een held, flitste het door zijn hoofd. En trouwens, hij schaamde zich bij voorbaat dood bij het idee om met een gezinswagen te moeten dubbel parkeren bij de place to be. Dus zodoende. Een kinderzitje in de Porsche. Sindsdien vreest Mark of Edwin het moment dat Annemarie plakplaatjes op de zijruit van de Porsche wil. Het valt niet mee om held te zijn.
Zo denk ik er lustig op los, beste lezer. Totdat ik me plotseling realiseer dat het misschien wel helemaal niet waar is allemaal. Hoe kom ik hier eigenlijk bij? Hoezo Mark of Edwin? Wat nou geslaagde vastgoed ondernemer annex sulletje? En die Annemarie, waarom moet dat nou meteen weer zo’n drammerig golddigger-type zijn? Ik ben geschokt door mijn eigen geconditioneerde geest. Dus blijf ik voor straf wachten achter een pilaar, totdat de eigenaar van de Porsche (en het zitje) verschijnt en ik met eigen ogen kan zien dat ik er volkomen naast zit. Ik hoop dat het een leuke vlotte oma met haar kleinkind blijkt te zijn. Of een succesvol ontwerper van kinderzitjes, met een hippe bril. Of een deskundige op het gebied van middeleeuwse geschiedenis in een geruit jasje. Dat zal me leren.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten