Er staan piano’s in New York. Op straat. En dan niet een paar, maar heel erg veel. Zomaar, her en der, dwars door de stad. Een soort groenvoorziening, maar dan met toetsen en een krukje ervoor. Piano’s in de Bronx. Piano’s in Brooklyn. Piano’s in Manhattan. Ze hebben allemaal een leuk verfje gekregen. Wie er langs loopt en zin heeft kan gewoon gaan spelen. Tralala, tiedeldom. Talent: hoeft niet. Met of zonder bladmuziek: maakt niet uit. Klassiek, jazz, pop, of iets heel anders: zie maar. Er ook nog iets bij zingen: mag je zelf weten. ‘Play Me, I’m Yours’, heet het project. Het is bedacht door Luke Jerram, een Engelse kunstenaar. Op het journaal zag ik mensen, in de Bronx , in Brooklyn, in Manhattan. Pingelend of virtuoos op de piano’s van Luke. Verbazing bij voorbijgangers (huh, staat daar nou een piáno?). Vrolijkheid en ontroering. Een hele dikke man en een heel dun meisje deden samen ‘Imagine’ van John Lennon. Zij speelde, hij zong, letterlijk uit volle borst. Het drukke stadsverkeer raasde voorbij. Het klonk best vals. Het was prachtig. Op zijn website vertelt Luke dat hij de inspiratie voor zijn project opdeed in de wasserette waar hij heel vaak komt. Daar zag hij telkens dezelfde mensen. Die keken doorgaans niet naar elkaar, zeiden niks en staarden maar zo’n beetje naar de ronddraaiende wasjes. Chagrijn als onderstroom van het bestaan. Luke realiseerde zich dat dat eigenlijk gek is. Want A: het leven is toch best mooi, zo af en toe, en B: je woont met z’n allen ergens, komt elkaar overal tegen (bij de wasserette of bij het stoplicht of bij de bushalte), dus waarom zou je dan niet zo nu en dan, gewoon zomaar, iets vreugdevols met elkaar delen? En, zo dacht Luke, wat is er nou mooier om met elkaar te delen dan…voilà, muziek! Het piano-plan was geboren. De mensen in New York, en trouwens ook in Londen (ga er heen!) glimlachen nu van oor tot oor. In ieder geval tot half juli (dan houdt het project op en gaan de piano’s naar buurthuizen en scholen. Wat een prachtidee).
Ik vind dat we dat hier ook moeten doen. In Nederland, bedoel ik. Ik vind Nederland steeds meer lijken op de wasserette van Luke. Over chagrijn gesproken. Het is dat we heel, heeeel misschien wereldkampioen voetbal worden (moeten ze wel Kuijt op blijven stellen), maar per saldo is het best beroerd gesteld met onze levensvreugd. We zijn massaal verongelijkt en we pikken het niet langer, we vinden elkaar stom of eng, en met die democratie van ons is het ook al een zootje. Het is om diep bedroefd van te worden. Maar dankzij Luke is er licht in de duisternis. Muziek! Speel op mij, ik ben van jou! We moeten het gelijk breed trekken, stel ik voor. Niet alleen piano’s in Rotterdam of Groningen, maar ook in Terneuzen en op Vlieland. En overigens, waarom alleen piano’s? Laten we het groots en systematisch aanpakken: daar waar de sikkeneurigheid het heftigst is, en de behoefte aan schoonheid en troost het meest nijpend, daar beginnen we. Dus we leggen dwarsfluiten neer in alle portieken in St. Willebrord. In Leidsche Rijn gooien we bij iedereen een triangel door de bus. Vogelaar-wijken krijgen drumstellen op elke straathoek. Hammond-orgels in Culemborg, klarinetten in Bergen aan Zee, xylofoons in Schin op Geul. En nee, we plakken er vooral geen talentenjacht aan vast met verkopers van mobiele telefoons die ineens een stem als een klok blijken te hebben, zodat bij jurylid Gordon de tranen in de ogen schieten. Want daar gáát het helemaal niet om. Het gaat niet om winnen, het gaat om genieten. Om de lach die komt als er ergens plotseling een melodietje klinkt. Dus leef je uit mensen!! Chopin! Satie! Boer d'r ligt een kip in 't water! Tralala, tiedeldom! Komt er weer eens wat luchtigheid in onze hoofden! Gaan we lol maken met elkaar! Wordt het weer leuk! Wat zegt u? Niet haalbaar? Linkse hobby? Een controversieel onderwerp waar in deze demissionaire tijden dus beslist geen beslissing over genomen kan worden? Mm. OK, OK, dan alleen piano’s. Piano's in Den Haag. Op het Binnenhof. Desnoods maar eentje. Strategisch opgesteld en niet te missen. Dan komt het uiteindelijk vast nog wel goed met ons. Dank je wel, Luke Jerram.
woensdag 30 juni 2010
dinsdag 22 juni 2010
Hum(mer) of Kuijt
Mooie uitdrukking, hom of kuit geven (het is dus eigenlijk 'hom', en niet 'hum', maar dat is de vrijheid van de blogger). Wil zoiets zeggen als: kiezen, kleur bekennen, je duidelijk uitspreken: het één of het ander? Zwart of wit? Wimbledon of het WK Voetbal? Wel of niet trainen als je je coach stom vindt? Voor mij is het volstrekt helder. Ik kies Kuijt. Altijd. Kuijt is mijn held. Om te beginnen omdat hij zo’n fijne Scheepsjongens-van-Bontekoe-uitstraling heeft. Ik zie hem zo in de mast klauteren, met blossen op zijn wangen, en oren die ietsje naar buiten staan. Zijn blonde haar is ook goed. De meeste andere spelers van Oranje laten tijdens het WK hun haar verzorgen door een speciaal meegereisde kapper. Ik denk dat die vlak voor de wedstrijd nog even een rondje door de kleedkamer doet, met de tondeuse en een tas vol betere haarverzorgingsproducten. Zodat ze goed in de lak en fris gestyled de catacombe-catwalk op kunnen. En tussen de wedstrijden door worden ze allemaal bijgepunt, strak geschoren, extension hier, highlightje daar. Omdat ze het waard zijn, onze mannen. Maar Kuijt hoeft niet. Kuijt is gewoon vlak voor het WK nog even bij zijn moeder langs geweest. Die heeft een vaardige kniphand en gel van het Kruidvat. ‘Ziezo jongen, jij kunt er zeker weer een week of zes tegen. Sta je d’r weer netjes op, tijdens het Wilhelmus’. Zo gaat dat, in de familie Kuijt. Kuijt is ook aardig. Geen scherp kantje te bekennen, op zijn hoektanden na - let maar ’s op, als hij lacht. Hij zou die tanden natuurlijk kunnen laten bijslijpen, heel exclusief en duur. Maar dat vindt Kuijt onzin. ‘Ik ga alleen maar naar de tandarts als ik gaatjes heb. En die heb ik niet’ (natuurlijk heeft hij die niet, want scheepsjongens van Bontekoe eten appels en poetsen netjes drie maal daags). In het veld kan Kuijt weergaloos zijn. Hoezo grote vier? Kuijt is een buffel en die hoort in de Big Five. Niks van ‘we hebben geen zin want het was al zo’n lang seizoen, en het is koud hier, hoe kan dat nou, het is toch Afrika?’. Niet zeuren, maar werken en er helemaal voor gaan. En dan heeft ie ook nog Stijl. Maakt ineens een schitterende omhaal die de vuvuzela’s doet ontploffen. Of zet zijn krullen prachtig tegen de bal en laat ‘m er zo in zwieren (heeft ie bij dit WK nog niet gedaan, gaat nog wel komen). Ik zag 'm ook tijdens een persconferentie. Hij vertelde over de townships. Hij zei dat het goed is dat je ‘dat soort dingen’ ook ziet. Als voetballer, bedoelde hij. En dat hij het fijn vond om als voetballer de mensen blij te maken. In een volgend shot zag ik Nederlandse voetballers, die met hun I-Phones door een leeg stadion liepen. Zij waren ook blij. Met hun I-Phones, vooral. Hun gemanicuurde vingers gleden over de schermpjes, op hun versgekapte hoofden droegen de meesten een hele grote koptelefoon. Ik zag Kuijt er niet tussen. Die was vast nog in één van die townships, wat ballen met de mensen daar. Ach ja. Dirk Kuijt. Ik wil hem niet ontmoeten. Want ik weet natuurlijk heus wel dat hij ook gewoon een I-Phone heeft. En een koptelefoon. En waarschijnlijk ook een veel te grote Rolex, en een zwembad, en een helikopter. Omdat hij nou eenmaal bakken met geld verdient met voetballen en reclame maken voor Pringles. Ik weet heus wel dat hij ook maar een hele gewone supersonisch rijke topvoetballer is, net als Wesley, en Robin en Rafael, met alle nukken en fratsen van dien. Maar dat wil ik allemaal niet weten. Ik wil mijn eigen, persoonlijke, romantische Dirk Kuijt. Ik kan er niks aan doen. Als ik Kuijt zie, denk ik aan fietsen tegen de wind in en aan Oudhollandse groenten. Aan een hart van goud, geen kapsones en gewoon nuchter gebleven. Geen Hummer, maar een degelijke Ford Mondeo of een Opel. Geen fotomodel of TROS-bimbo als vriendin, maar gewoon een leuke kleuterleidster uit de provincie, die hij al kent sinds zijn 15e. Geen voer voor de boulevardpers, maar de eeuwige held in een jongensboek. Dat is mijn Dirk Kuijt. En dat moet zo blijven. Dus sorry Dirk, wij gaan elkaar niet beter leren kennen. Dat is voor ons allebei waarschijnlijk het beste.
Abonneren op:
Posts (Atom)