woensdag 31 augustus 2011

Whitney Houston

Zomaar een donderdagmiddag in een overdekt winkelcentrum in een middelgrote provinciestad. Wat zie je dan?
Vlak voor de ingang van het winkelcentrum rijdt een gezette mevrouw in een scootmobiel, met aan het stuur een mandje waar een stuk of twaalf knuffelbeesten aan vast gemaakt zijn. De mevrouw zelf draagt een bril, lichtroze met stras-steentjes.
Bij de ingang is ook een snackbar die Het Trefpunt heet. Een meisje van een jaar of tien koopt er een Cornetto. Chocolade met nootjes. Een groepje scholieren staat hard te lachen en roept een paar keer achter elkaar: ‘boeien!’.
Tegenover Het Trefpunt staat een viskraam. Een man bestelt er een haring. Hij draagt een korte broek en badslippers. De lucht is grijs en het waait hard. De luifel van de viskraam is aan één kant losgeraakt en hangt nu scheef.
De eerste winkel links is de Gall & Gall. Er is niemand, behalve de slijter zelf. Hij staat bij een schap met rosé en zet de flessen recht. Hij neuriet mee met de winkelcentrum-muziek. Didn't we almost have it all, Whitney Houston.
Ik zie een jongen met zijn vriendin. Hij is heel mager. Hij pakt haar vast. Zij heeft vlak boven haar bil een tattoo in de vorm van een draakje. Ik kan dat draakje heel goed zien want haar shirtje kruipt op, ook al trekt ze het steeds naar beneden.
Twee oudere dames doen samen boodschappen. Ze praten over ovenschalen. Die kun je sparen bij de supermarkt, maar zij hoeven dat niet. ‘Meid, ik heb al zoveel ovenschalen, ik zou niet weten wat ik er mee moet!’. ‘Ik vind het sowieso niks’. ‘Wat niet? Ovenschalen?’ ‘Nee, sparen. Voor al die dingen die ze steeds hebben, bedoel ik. Voetbalplaatjes en zo’. ‘O, dat. Nee, dat vind ik ook niks’. ‘Mijn buurvrouw wel, die spaart voor alles. Nou dus weer voor die schalen. Maar ik niet. Ik heb er niks mee, met sparen’. ‘Nee. Ik ook niet. Ja, kortingsbonnen, dat wel. Die spaar ik wel’. ‘Ja, ik ook, maar die hebben ze hier niet. Hier hebben ze ovenschalen’. ‘Ja. Maar daar doe ik niks mee hoor. Je kunt veel beter wokken’.
Achter de kassa van de supermarkt zit een opgewekt meisje. Volgens haar naambordje heet ze Kelly. ‘Een dag niet gelachen is een dag niet geleefd’, zegt Kelly. De klanten zijn het met haar eens. En de reuze mergpijp is in de aanbieding.

zondag 21 augustus 2011

Stuk

Een goede vriendin van mij is ziek. Deze week vraagt ze mij of ik met haar mee wil naar het ziekenhuis. Er is een uitslag van een test, en de specialist gaat haar die vertellen. Ze is er zenuwachtig voor. Wachten in een wachtkamer op een specialist die je een uitslag komt vertellen is erger dan de uitslag zelf, vindt ze. De stoelen zijn weliswaar lelijk en van groen plastic, maar toch best comfortabel. Er liggen verse tijdschriften. De mensen van het ziekenhuis zijn aardig. Maar dat maakt allemaal niks uit. Mijn vriendin wil dat hij nu komt, die specialist. Hij komt. Hij is sympathiek, hij lacht, hij zegt dat wij vast naar het einde van de gang kunnen lopen, naar zijn kamer. U weet nog wel waar dat is, toch? Ja, dat weet mijn vriendin nog wel. De kamer is groot, licht en leeg en redelijk prettig. Een goede plant, een mooi schilderijtje. Het jasje van het pak van de specialist hangt over zijn stoel. Het duurt even voordat hij binnen komt en achter zijn bureau gaat zitten. Het is niet goed, zegt hij, maar het kon slechter. Het nieuws waar hij mee komt is 1 centimeter groot. Hij laat het ons zien op het scherm van zijn computer. Mijn vriendin en ik stellen hem vragen en die beantwoordt hij vriendelijk. Ik kijk naar zijn schoenen, Italiaans, prachtig roodbruin leer. Ik kijk naar mijn vriendin. Haar ogen zijn groot, haar armen dun. Ze krijgt pillen en moet vervolgafspraken maken. Hij wil haar alles op papier meegeven, maar de printer weigert. Dat los ik even op, zegt de specialist. We lopen alvast terug naar de wachtkamer, gaan daar nog even zitten. Na een minuut of tien verschijnt de specialist weer, lichte grijns op zijn gezicht. Met een beetje geluk zijn die apparaten meestal wel weer te fixen, zegt hij. We krijgen papieren en pillen en dan kunnen we weg. Als mijn vriendin opstaat en de specialist bedankt, lacht ze. Maar alleen met haar mond. De volgende dag is het pas echt goed tot haar doorgedrongen, vertelt ze aan mij en mijn lief. We hebben wat boodschappen voor haar gedaan. Mijn lief repareert haar printer. Toeval of niet, die was ook stuk. Maar met een beetje geluk zijn die apparaten meestal wel weer te fixen.

zaterdag 20 augustus 2011

Kunstmest

Ik had dit stukje al eerder willen schrijven, maar tussen plan en uitvoering staat vaak van alles in de weg: boodschappen, telefoontjes, de krant, vrienden, dingen waar ik geld mee verdien, verjaardagen waar ik niet omheen kan en dan moet ook de poes nog ingeënt, de stofzuiger gerepareerd en de auto naar de garage. En ik wil nog in bad. Zo gaat dat. Dat wil zeggen, zo gaat dat bij mij. Er zijn ook mensen bij wie dat anders gaat. Die maken een plan, en voeren dat vervolgens minutieus en tot op het laatste detail uit. En ze laten zich door niets of niemand afleiden. Dat dat ook gevaarlijk kan zijn, bewees Anders Breyvik met zijn kunstmestbom in Oslo en een handvol geweren op Utoya. Even een paar kleine stappen terug in de tijd. Toen Geert Wilders in de finale van het hilarische spelprogramma ‘Ik hou van Moskowitz’ werd vrijgesproken van haat zaaien, twitterde hij heel blij en met hoofdletters: ‘VRIJGESPROKEN!’ De volgende dag, waarschijnlijk nog licht in het hoofd van een nacht overwinningsslempen met Bram, kakelde hij met veel branie over de grondwet. Daar kon best een artikeltje uit. Hoezo was haat zaaien überhaupt strafbaar? Da’s een schande voor het vrije woord! Schrappen dat artikel! Hij zei er nog bij dat het artikel over aanzetten tot geweld wat hem betreft mocht blijven. Geweld is immers iets anders dan haat. Dat vond ik fideel. En terecht natuurlijk. Ik zeg: als we toch aan de gang gaan met die grondwet, laten we dan gelijk ook even onze verkeersregels onder de loep nemen. Hoezo mag je niet harder dan 50 in de bebouwde kom? Belachelijk! Een schandelijke, en vooral linkse-geitenwollensokken- milieu activistische-veganistische inperking van onze vrijheid van handelen! Net als die regels over drank in het verkeer. Dat is je reinste islamisering!! Ze proberen gewoon de sharia in te voeren, via Veilig Verkeer Nederland godbetert! Allemaal afschaffen, die fucking regels. We trekken de grens bij aanzetten tot aanrijdingen en ongelukken. Dat is heel wat anders dan met je bezopen kop 120 km per uur over een woonerf scheuren, namelijk. Tot zover het doorredeneren volgens de ijzeren logica van onze enige echte premier. Anders Breyvik is fan van hem, zo weten wij uit zijn manifest. Geert zelf vindt dat natuurlijk apert vreselijk en wil in de verste verte niet met deze eenzame gek worden geassocieerd. Nee. Maar ik wil weten of hij misschien een heel klein ietsiepietsie beetje heeft wakker gelegen in de nacht na het drama in Noorwegen. Of hij zich nog eens achter de oren heeft gekrabd over zijn eigen stupide uitspraken. In het manifest wordt volop haat gezaaid, had hij niet zelf gezegd dat dat gewoon moet kunnen? En zou hij zich dan hebben gerealiseerd dat er, in een wereld waar je onbelemmerd door de bebouwde kom mag racen, vroeg of laat een gek komt die expres extra gas geeft en een klas kinderen omver rijdt? Ik vrees van niet. Geert heeft waarschijnlijk zijn blonde haar in zijn oren gestopt en is gaan pitten. Maar met zijn getwitterde oneliners is het precies zoals met kunstmest. Er hangt een nare, onaangename lucht omheen en in combinatie met een explosieve geest kunnen ze levensgevaarlijk zijn. U dient zich te bezinnen, enige echte premier.

Debet

Nou trekken de Finnen ze ook nog het vel over de oren. OK, OK, ze hebben er ook een zootje van gemaakt, maar jeetje. Lesbos en Zakinthos als onderpand, is dat nou echt nodig? Onze regering vond het eerst eigenlijk ook niet kunnen, maar toen zei onze echte premier (die met dat rare haar): wacht eens even, als die Finnen dat voor zichzelf kunnen regelen, kunnen wij dan ook niet...? Wij moeten er toch minstens de Acropolis uit kunnen slepen, of een paar Metaxa fabrieken, of de rechten op het volledige oeuvre van Nana Mouskouri en Demis Rousos? Jan-Kees, op het vliegtuig, en onderhandelen jij! Als ik de Grieken was, zou ik er zo langzamerhand wel klaar mee zijn. Alsof wij de enigen zijn zeg! Moet je die Amerikanen zien! Die lenen toch ook bakken met geld? En moeten ze dan straks het Vrijheidsbeeld inleveren? Of de Grand Canyon? Als ik de Grieken was, zou ik gewoon rekeningen gaan sturen. Nu direct. Voor alles wat die zogenaamd ordentelijke euro-landen al duizenden jaren van ons lenen. Gratis. Nee, ik heb het niet over geld. Ik heb het over woorden. Woorden ja. Mits goed gebruikt en vaak genoeg herhaald, kun je met woorden minstens zoveel bereiken als met geld. Onze echte premier, die met dat haar, weet daar alles van. Woorden hebben impact, en dus waarde. Chaos. Europa. Economie. Tragedie. Democratie. Komedie. Hyper. Crisis. Astronomisch. Politiek. Wat dachten jullie ervan, Europese leiders? Die woorden zijn allemaal Grieks! Van ons dus! Jullie gebruiken ze, en hup, daar gaan de geldmarkt en de beurzen! Moet je kijken wat je er allemaal mee kan, met die woorden van ons. En ook met die van de voorvaderen van de Italianen, overigens. Debet. Credit. Ratio. Mondiale toestanden (toestanden is overigens denk ik gewoon Nederlands). En we hebben er nooit een cent voor gevraagd. Aan niemand. Ook niet aan de Finnen. Dat gaat dus nu veranderen. Ik zeg, duizend euro voor elke keer dat er een woord van ons wordt gebruikt. Met terugwerkende kracht. En dan zijn we nog schappelijk. Stelletje profiteurs. Dat is Latijn, trouwens.

40-30

Het jongetje heet Boris. Hij is blond en spichtig en een jaar of zes. Samen met zijn vader en moeder woont hij deze week naast ons. We zitten ergens onder Arezzo in een agriturismo: een roestkleurige boerderij, verdeeld in kleine appartementjes, met een oprijlaantje met cipressen en een erf met heerlijk knersend grind en grote terracotta potten met oleander en zwaluwen die ’s ochtends vroeg water komen snoepen uit het zwembad. De vader van Boris is een late veertiger. Hij heeft een late veertigers-buik en laat veertigers haar: kalend van voren, en alles wat er nog is naar achteren gekamd, hip lang in de nek. Zijn moeder schat ik een stuk jonger, ergens begin dertig. Zij is heel lang en heel dun en heel blond. Dat het jongetje Boris heet, weet ik omdat zijn naam veelvuldig wordt genoemd, vooral in combinatie met het woord ‘nee’, of een variatie daar op. Nee, Boris. Boris, nee! Boris, niet doen. Nu even luisteren, Boris. Wat heeft mama nu net gezegd Boris? Papa is nu even met zijn telefoon bezig. Papa moet even facebooken, Boris. Boris, Boris. Kijk mama eens aan, Boris. Dat hebben we niet afgesproken, Boris! Jij zou nu even heel lief gaan spelen! Als we bij het zwembad zitten, is Boris daar ook. Hij zet een boot van lego in elkaar. Hij zwemt niet. Dat wil hij wel, maar dan het liefst met papa. Maar die wil niet. Papa leest een boek, Boris. Of hij praat met mama, over dat boek bijvoorbeeld. Ik vind het toch wel een verdomd goed verhaal hoor, zegt hij. O ja, schatje?, zegt zij. Ja, weet je, de oprechtheid van die vent, en wat ie dan schrijft over echt commitment tonen he, naar zo’n bedrijf toe. Klasse, vind ik dat. Boris wil weten hoe het boek heet. Maar papa en mama zijn nu even aan het praten, Boris. Ga maar zwemmen. Daar liggen je bandjes. Maar ik wil met jullie zwemmen. Nee Boris, wij zijn nu even bezig. Ben je nou een grote jongen of niet? Boris denkt even na en lacht dan een beetje. Kijk jongens, zien jullie mij? Zien jullie hoe ik lach? (dat zegt hij echt). En nou is het afgelopen Boris! Ik weet het, het is niet eerlijk. Als je van een afstandje kijkt naar een gemiddeld gezin op vakantie, dan valt er altijd wel wat te tenenkrommen. Maar dit...ik weet niet. Ik hoor ‘Boris, nee!’, en ik denk dingen als ‘tweede leg’, en dat zij toen hij eindelijk was gescheiden met alle geweld een kind wou, dat hij haar dat toen grootmoedig heeft gegeven, en dat ze nou allebei eigenlijk niet precies weten wat ze er de hele tijd mee aan moeten, wat een gedoe zeg, zo’n kind, je kunt godsamme niet eens even rustig facebooken. Maar ja. Dat zijn natuurlijk allemaal aannames mijnerzijds. Doe even normaal, spreek ik mezelf vermanend toe, zittend op het bankje voor ons appartement, nippend aan een cappuccino. Vanaf dat bankje hebben wij zicht op de tennisbaan. En vandaag willen papa en mama tennissen. We horen het geplop van ballen tegen rackets en we zien Boris op zijn knietjes onder de umpire stoel zitten. Kijk Boris, knap he! Vlak over het net! Boris vraagt wanneer ze klaar zijn. Dat duurt nog wel even. Het is 40-30 in de eerste game van de allereerste set. Papa serveert.