Ik moet nog even pinnen. Voor mij twee vrouwen, mijn leeftijd ongeveer. Ze kennen elkaar. Zussen of buren of vriendinnen van jaren her. Eén van hen pint, de ander staat er gezellig naast. Allebei met de fiets aan de hand. Onderwerp van gesprek is Marloes. Die zijn ze net tegen het lijf gelopen. Ze kennen haar nog van vroeger. ‘Ik zag haar, en ik dacht, goh, niks veranderd’, zegt de een. ‘Had ik precies zo’, zegt de ander. ‘Ja, en weet je wat ik ook meteen dacht?’, gaat nummer één verder, ‘ik dacht, nee, ik wist zéker dat die geen kinderen heeft gekregen’. Schampere lach van de ander. Dat had zij precies zo. Ze had het ook meteen gezien. Waar zien ze dat aan?, vraag ik me af, maar voordat ik daar zelf allerlei theorieën over kan ontwikkelen, volgt daar al het antwoord van het pinnende tweetal. ‘Ze zag er uit alsof…ja, hoe moet ik het zeggen, alsof er gewoon niks met haar gebeurd was, al die tijd’. ‘Ja. Ik vond haar toen ook al een beetje nietszeggend eigenlijk’.
De dames zijn uitgepind en fietsen vrolijk doorkeuvelend weg. Kinderzitjes, alle twee, voor en achter. Ik ben licht onthutst door zoveel stelligheid, en blij dat Marloes zelf in geen velden of wegen te bekennen is. Heeft ze tenminste niet gehoord hoe ze in een paar zinnen als Nietszeggende Kinderloze is afgeserveerd. Wat zou haar verhaal zijn? Zouden die twee dat hebben gecheckt? Op een of andere manier denk ik van niet. Ik kom zelf tot de conclusie dat er grofweg twee opties zijn: A) Marloes heeft inderdaad geen kinderen. Geen wonder dat ze er nog steeds zo goed uit ziet. B). Marloes heeft vier kinderen en al haar bevallingen zijn glansrijk verlopen. Niet één keer uitgescheurd, geen hormonale hysterie en depressies, en al lang weer een mooie platte buik. Ze is ook nooit moe en heeft alles perfect geregeld. Zij en haar man (die haar op handen draagt) hebben nog heel vaak sex (met elkaar), over de opvoeding zijn ze het altijd eens, en alle vier de koters blaken van gezondheid en levenslust. Geen wonder dat ze er nog steeds zo goed uit ziet.
Voor ik verder ga, even één ding voorop: ik hou van moeders. Van mijn eigen moeder, in de eerste plaats. Van de moeder van mijn lief. Van al mijn moederende vriendinnen. Van zomaar moeders die ik verwoed zie trappen met een fiets vol boodschappen, armpjes van zoon of dochter stevig om het middel, een vrolijk liedje zingend tegen de wind in. Maar. Er zijn ook Hinderlijke Moeders. HiMo’s, zogezegd. Sorry. Maar ze zijn er echt. Je loopt de kans ze tegen te komen op, ik noem maar wat, een schoolplein waar je als oppas-tante je nichtje gaat ophalen. HiMo’s verdelen de wereld in ‘moeders’ en ‘niet-moeders’. Ze zien ook meteen tot welke categorie jij behoort. Ben je moeder, dan tel je mee. Ben je niet-moeder, dan ben je sneu. In jouw leven gebeurt namelijk niets. Niets wat er werkelijk toe doet, in elk geval. Beetje een beeld van het HiMo-denken? Goed. Terug naar Marloes.
Ik laat optie B even voor wat ie is (hij zou zomaar kunnen, overigens. In dat geval hoop ik dat Marloes en haar hele gezin binnenkort een keer opduiken in de Libelle, in een frisse lentereportage waarin iedereen een vrolijke bloes aan heeft en alles op rolletjes loopt. Pinnende dames, eat your heart out!). Ik sta stil bij optie A. Stel dat die klopt. Zou Marloes daar dan verdrietig over zijn? Kan best. Dat ze had gehoopt de liefde van haar leven te vinden om daar dan vervolgens allerlei leuke kinderen mee te maken. Maar dat dat om een of andere reden niet is gelukt. Ja, misschien nog wel met die liefde (ik hoop het, ik hoop het!), maar dus niet met dat nageslacht. In dat geval, HiMo’s, is fijngevoeligheid op zijn plaats. Wat ook kan, binnen optie A, is dat Marloes het eigenlijk wel prima vindt zo. Ze wilde gewoon geen kinderen, that’s it. Als dat het is, dan passen respect en felicitaties. Bravo Marloes, leef je droom! Dus. Lieve HiMo’s. Zet je vizier open. Wees aardig. Zoek eerst eens uit hoe het zit. Bezint eer ge (vast)pint.
maandag 10 mei 2010
Abonneren op:
Reacties posten (Atom)
Geen opmerkingen:
Een reactie posten