dinsdag 10 augustus 2010

Angst en liefde

Zomer in Avignon. Eten bij Marcel & Ginette, op een zalig pleintje onder de platanen. Marcel & Ginette zijn gespecialiseerd in ‘tartines’. Nee, dat zijn geen taartjes, maar grote geroosterde boerenboterhammen, bijvoorbeeld met geitenkaas en honing, of met tomaat en sardientjes. Wij eten er een salade bij en drinken rode wijn van het huis, uit een fles zonder etiket. Het is zo’n wijn die dáár heerlijk smaakt en hier aan je eigen keukentafel ineens niet meer te drinken is. Maar goed, wij zijn nu dáár, in ons eigen paradijsje, dus we genieten. Dan verschijnt er een man in beeld. Een boze man. Een dronken boze man. Schreeuwend zwalkt hij het pleintje op, een grote fles bier in een smoezelige hand. Woest is hij, op een denkbeeldige vijand. Die krijgt er ongenadig van langs, in scheldpartijen die steeds even aanzwellen en dan weer eindigen in een onduidelijk gemurmel. Een priemende vinger en uitpuilende ogen. Hij zal ‘m krijgen, die schoft, dat ie dat maar weet. De mensen op de terrasjes reageren allemaal ongeveer hetzelfde. Even besmuikt kijken, dan het hoofd naar de ander toebuigen en op zachte toon iets zeggen (‘erg hè?’, ‘ja nou…tja, dat soort dingen heb je hier natuurlijk ook…’). En vooral: negeren. Niet aankijken die gek, gewoon door eten. Iedereen is ineens ontzettend gefocust op de steel van zijn wijnglas. Of op de menukaart. Of op de achterkant van het effen witte papieren servetje van Marcel & Ginette. Wij ook. Want wij hebben geen zin in gedoe. We zitten net zo lekker aan onze vakantiewijn. Dus maken we onszelf iets kleiner en verstoppen we ons achter een groot stuk boerenboterham. Ikzelf leg daar voor de zekerheid nog een groot slablad bovenop, waarachter ik helemaal verdwijn. Ziezo.
Nu staat er op dat pleintje ook een kleine kerk. Die is niet meer als zodanig in gebruik, maar doet dienst als expositieruimte. Die avond wordt er een tentoonstelling geopend. Het is er druk. De deuren staan open. Er gaan mensen met hapjes en drankjes rond. De man (Hij Die Genegeerd Moet Worden) wankelt erheen, nog altijd luid scheldend. Van achter mijn slablad zie ik dat er iemand vanuit het kunst- en borrelgebeuren naar hem toe loopt en hem breed lachend een bordje eten aanbiedt. De man lijkt even in de war, maar dan neemt hij het bordje aan. Er komt nog iemand bij staan. Ze kletsen wat met zijn drieën. Het ziet er zowaar gezellig uit. Ik voel me ineens belachelijk met m’n slablad. En dat blijft zo, ook als de man na een tijdje toch weer vloekend weg loopt. Ik las ooit ergens (weet niet meer waar) dat het gedrag van mensen in essentie door twee basisemoties wordt bepaald: angst en liefde. Ik vind dat wel overzichtelijk. En daar, op dat pleintje in Avignon, realiseer ik me dat het waarschijnlijk nog klopt ook.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten