woensdag 20 oktober 2010

Red de zoo (en de piccolo)

Ik lees over dierentuinen in nood, en denk aan zomaar een dinsdagochtend bij het UWV in Emmen. Of in Rotterdam.
De arbeidsconsulent: ‘Zo, hartelijk welkom allemaal bij deze eerste groepsbijeenkomst. Fijn dat jullie er allemaal zijn. We beginnen vandaag met een inventarisatie van jullie wensen en mogelijkheden. Hebben jullie allemaal de vragenlijst ingevuld?’
De vlinder: ‘Ja hoor, ik fladderde er zo doorheen. Makkelijk zat’.
De baviaan: ‘Appeltje-eitje’.
Het nijlpaard: ‘Ik vond het nog wel lastig’.
De arbeidsconsulent: ‘Wat vond je precies lastig, nijlpaard?’
Het nijlpaard: ‘Nou, vooral die vraag over wat nou precies je kernkwaliteiten zijn. Die wist ik eigenlijk niet’.
De arbeidsconsulent: ‘Kernkwaliteiten zijn wel heel belangrijk, nijlpaard. Je moet goed weten waar je kracht zit, anders kun je nooit gericht solliciteren’.
Het nijlpaard: ‘Ja, dat snap ik, maar…’
De Marokkaanse Grootbekkameel: ‘Bij mij ligt het heel anders. Ik heb super veel kernkwaliteiten, maar het lukt me niet eens om een stageplek te krijgen, man!’.
De arbeidsconsulent: ‘Eh.. jongens, laten we het even centraal houden. Hebben jullie ook je CV bij je? En een eerste opzet voor een sollicitatiebrief?’
De pinguïn: ‘Ik wel. Maar ik vond het wel ingewikkeld om mijn overstap vanuit Artis naar hier goed uit te leggen’.
De giraffe: ‘Moet je dat soort dingen uitleggen dan? Ik ben ook overgestapt, van Blijdorp naar hier, een paar jaar geleden. Dat kan toch? Dat is toch gewoon een loopbaanstap?’
De pinguïn: ‘Ja, lul jij maar lekker uit je nek. Ze zijn kritisch hoor, die werkgevers van tegenwoordig. Voor jou tien anderen’.
De gnoes: ‘O, dus we kunnen ook met ons tienen solliciteren? Als groep?’
De arbeidsconsulent: ‘Nee, nee, iedereen moet individueel ergens een nieuwe plek vinden. En dat kan best, ik heb hier bijvoorbeeld al een stapeltje vacatures. Eens kijken, hier, een baan in de catering, zwart-wit kleding vereist. Iets voor jou, pinguïn?’
De pinguïn: ‘Duh, echt niet. Ik ben een pinguïn, geen ober!’
Het ringstaartaapje: ‘Nou en? Ik ben een ringstaartaapje, en ik ga morgen op gesprek bij de turnbond. Voor een functie als PR-assistent’.
De arbeidsconsultent: ‘Kijk, that’s the spirit. Zo mag ik het horen. En jij, lama? Wat ga jij doen?’
De lama: ‘Ik denk iets met stand up comedy. Of improvisatietheater’.
Het wrattenzwijn: ‘Get real man, dat is toch helemaal passé. Bovendien heb jij helemaal geen humor’.
De lama: ‘Nee, jij trekt volle zalen. Wat ga jij zelf doen dan?’
Het wrattenzwijn: ‘Ik heb al een baan, toevallig. Ik ben ingehuurd door de PVV, als mascotte. Vanwege mijn onderbuik’.
De arbeidsconsulent: ‘Zie je wel? Uiteindelijk is er voor iedereen wel iets te vinden, en….wat wilde je vragen, nachtegaal?’
De nachtegaal: ‘Eh…nou, mijn zus speelt piccolo bij het Metropole Orkest. Denkt u dat er voor haar ook iets te vinden is?’
De arbeidsconsulent: ‘Tja. We moeten natuurlijk wel een beetje reëel blijven. Is ze bereid zich om te scholen? Ik heb hier nog een functie als flexwerker. Bij TNT Post. Of Chef Hoge Tonen bij Powned. Maar goed, OK, allemaal je vragenlijst hier inleveren graag, en dan gaan we zo in subgroepjes uit elkaar om actieplannen te maken’.
En zo geschiedde. Uiteindelijk kwamen de meeste dieren opnieuw aan een baan. Behalve de vrije vogels. Die vlogen naar een warmer klimaat en kwamen nooit meer terug. Het schijnt dat de meeste leden van het Metropole orkest hun voorbeeld hebben gevolgd.

zaterdag 2 oktober 2010

Dwaze dagen

Jet: ‘Hoe bedoelt u, een goed akkoord?’
Tante Toos: ‘Het is gewoon een prima akkoord. Dat bedoel ik’.
Jet: ‘Maar wat is er dan prima aan tante Toos?’
Tante Toos: ‘Alles’.
Jet: ‘Hoezo, alles? Wat dan, bijvoorbeeld?’
Tante Toos: ‘Nou, dat boerkaverbod. Dat is prima’.
Jet: ‘Want?’
Tante Toos: ‘Want, want? Wat nou want? Zo’n boerka, dat is..nou ja, ik vind, je ziet niks. Da’s onprettig’.
Jet: ‘Onprettig?’
Tante Toos: ‘Ja! Dat je niks ziet. D’r kan wel van alles onder zitten, onder zo’n boerka. Je weet nooit tegenwoordig. Straks stoppen ze er een bom onder. Of een schietgeweer’.
Jet: ‘Schietgeweer is wel een heel ouderwets woord hoor, tante Toos’.
Tante Toos: ‘Nou en? Er is niks mis met ouderwets. Vroeger zag je nooit boerka’s’.
Jet: ‘En nu wel dan?’
Tante Toos: ‘Nee, maar dat komt nog wel, als ze zomaar alles mogen. En trouwens, er komen ook extra politieagenten. Dus het wordt een stuk veiliger, en da’s hard nodig. Kijk maar naar die Dwaze Dagen’.
Jet: ‘Dwaze Dagen?’
Tante Toos: ‘Ja! Daar moet tegenwoordige extra ME naartoe, zo misdragen ze zich, die mensen. Het is hier veel te druk en veel te asociaal, hij heeft groot gelijk, die Geert’.
Jet: ‘Ja maar, tante Toos, dat is gewoon reclame van de Bijenkorf, dat van die ME…’
Tante Toos: ‘En die Roma, die moeten trouwens ook weg. Die maken er een zootje van en ze werken niet en ze doen hun kinderen niet eens op school’.
Jet: ‘Roma? Die zijn hier toch helemaal niet?’
Tante Toos: ‘Nee, maar dat komt nog wel, als ze zomaar alles mogen. En trouwens, ik ben niet gek hoor! Ik zie alles op TV, mij maken ze niks wijs’.
Jet: ‘Ze?’
Tante Toos: ‘Ja, al die linkse types die zeggen dat het goed is, die multi…eh…hoe heet het..’
Jet: ‘Multiculturele samenleving?’
Tante Toos: ‘Ja, precies, die! Straks moeten we allemaal een boerka en mogen we geeneens meer een lekker varkenshaasje. Mij niet gezien’.
Jet: ‘Volgens mij zeggen ze dat helemaal niet’..
Tante Toos: ‘Nee, maar dat komt nog wel, als je ze hun gang laat gaan. Geef mij maar Geert, die snapt tenminste hoe het werkt. Maar goed kind, wil je een kopje thee?
Jet: ‘Lekker. Wat voor thee heeft u?’
Tante Toos: ‘Minty Marocco. Heerlijk’.