zondag 29 januari 2012
Touwtje
In de garage van mijn ouders hangen tennisballen aan een touwtje. Twee stuks om precies te zijn, voor elke auto één. De garage van mijn ouders is best groot. En in een garage die best groot is, heb je de neiging te ver door te rijden. Althans, mijn ouders hadden die neiging. In de loop ter tijd wisten zowel mijn vader als mijn moeder bij herhaling aanrijdingen te veroorzaken met hun eigen fietsen, stapels oud papier, verfblikken en de hondenmand. Totdat ze dus op het idee kwamen die twee tennisballen op te hangen. Het principe is simpel: zachtjes doorrijden tot je met je voorruit de tennisbal raakt, niet verder, dan gaat ie goed. Ik weet niet precies wie de ballen heeft bevestigd, maar ik denk mijn moeder. Iets ergens bevestigen (en wel zo dat het dan ook langdurig blijft hangen, staan of zitten) is niets voor mijn vader. Ik herinner me een spiegel op de WC, een aanzienlijke hoeveelheid schilderijen en het bagagerek op onze auto (wij noemden dat rek destijds ‘imperiaal’, en dat is tot op de dag van vandaag een gevleugeld woord in onze familie). De spiegel lag na één dag al in duizend stukken op de grond en menig schilderij maakte zich na verloop van tijd ineens spontaan los uit de muur, met medeneming van hele stukken pleisterwerk. En terwijl wij als gezin zojuist de franse grens gepasseerd waren, op weg naar een vrolijke camping in het zuiden, begon de imperiaal - met daarop drie koffers onder een oranje dekzeiltje - langzaam naar voren te schuiven, van het dak af richting de motorkap. Ik weet nog hoe mijn broer en ik vanaf de achterbank het oranje zeil tegen de ruitenwissers zagen klapperen. Je kunt een hoop van mijn vader zeggen. Maar niet dat hij, hoe zal ik het zeggen, nou ja, niet dat hij opvallend goed was in het deugdelijk bevestigen van wat dan ook. Hij worstelde overigens ook met het in elkaar schroeven of het ergens in doen van iets. Als hij zich daar toch aan waagde kon dat leiden tot onthutsende calamiteiten. Zo was er ooit iets met een kerstboom, een grote glazen pot waar die in moest en mijn vader die met een hevig bloedende duim moest worden afgevoerd naar de EHBO. Ja. Zo was dat. Inmiddels staat er nog één auto in de garage bij mijn ouders. Die van mijn moeder, netjes tegen de tennisbal aan. De andere hangt er ook nog, mijn moeder heeft hem niet weggehaald. Als ik de garagedeur open doe, trekt een zuchtje wind aan het touwtje. De tennisbal wiegt een beetje heen en weer. Eenzaam en zachtjes.
Abonneren op:
Posts (Atom)